Ik was een beetje overmoedig

Soms heb ik een overmoedige bui. Een weekend weg met een club moeders, als enige kinderloze vrouw, is daar wel een voorbeeld van. Ja, ik wist dat er veel over kinderen gepraat zou worden. Maar zoveel? Nadat alle zwemlessen, traktaties op school en kinderfeestjes de revue gepasseerd waren, was ik murw geluisterd.

Jeetje ja, dit gaat wel een ding worden. Waren moeders met baby’s altijd redelijk snel uitgepraat over de luierfase, dan wordt dat echt heel anders als kinderen naar de basisschool gaan. De kinderen zijn nu echte persoonlijkheden geworden, met hobby’s! En daar moet over gepraat worden. Veel. En dat vinden alle moeders ook heel vermakelijk. En kan ik ze dat kwalijk nemen, nee tuurlijk niet. Zo zou ik zelf misschien ook wel zijn.

Maar help, wat vind ik het saai!

En ik heb ook iets anders gemerkt.

Ik voel me er oud door. Dat is bizar he? Maar omdat ik niet heel de dag een jonge generatie om me heen heb scharrelen met alles wat daarbij hoort, dreumes, peuter, kleuterfase, voel ik me doorgaans vrij leeftijdloos. Ik zie rimpels komen, af en toe een grijze haar. Ik wéét dat de 4-0 rap dichterbij komt. En als mijn stagiaires een band als U2 of Depeche Mode niet kennen word ik licht wanhopig. Maar verder? In mij huist nog ergens die 18-jarige met het verlangen de wereld te bestormen. 

Enter moeders. Met een nieuw verlangen, ofwel ‘alles voor ’t jong’. En ineens zie ik ons dan hoe we zijn; niet oud, maar ook niet jong meer. Degelijk. Met de eerste teleurstellingen op zak, paden die al zijn ingesleten, geen spannende carriereswitches laat staan hormonen opjagende avonturen of affaires. Geen grootse dromen, of het moet die extra vakantie of een groter huis zijn. De nieuwe aanwas mag nu de dromen gaan vervullen.

Enter de bewust kinderloze vrouw. Die daar nog helemaal zelf verantwoordelijk voor blijft. En die grote dromen niet heeft, of mist. Zal ik maar voor mijzelf spreken? Ok dan. Laat ik het klein houden. Beginnen met: hoe blijf ik me jong voelen middenin al die clubjes moeders om mij heen, in mijn vriendenkring, op het werk, in de buurt?

De oplossing ligt niet in 90’s party’s. Maar ergens in de mens zelf. Iemand goede suggesties? Kom maar op!

Hoe Call the midwife mij helpt

Call the midwife, 5 series in 4 weken.  Dat kun je ‘verslingerd aan’ noemen. Na 50 aflevering met pak ‘m beet 80 bevallingen, redelijk expliciet in beeld gebracht maar net niet té, ben ik ervan overtuigd dat ik zelf, indien zwanger, ook een thuisbevalling wil met een non aan mijn bed. Het loopt altijd goed af, ook als het niet helemaal goed afloopt. Die hele serie ademt een nostalgie die je doet verlangen naar een tijd die er misschien niet geweest is. Of wel? Wat is de aantrekkingskracht van die serie? Ik denk dat ik het uitgepuzzeld heb.

ctm

Eerst: waar gaat het over?
In het arme East End in Londen in de jaren ’50 worden zwangere vrouwen bij de bevalling ondersteund door de nonnen en vroedvrouwen van  Nonnatus House. Bijgestaan door de onuitputtelijke Dokter Turner helpen zij in die jaren duizenden kinderen veilig geboren worden. Er wonen zo’n 4 nonnen en 4 vroedvrouwen gezusterlijk bijeen in een kloosterachtige woning en als het echt heftig wordt (ziekte, dood, misvormde kindjes etc.) dan barsten de nonnen uit in een stemmig gezang en worden we eraan herinnerd dat het geloof de krachtigste heler is van allemaal.

Tussen die bedrijven door volgen we hun persoonlijke sores: nonnen wiens geloof op de proef wordt gesteld, opkomende en niet-tot-bloei komende liefdes van de vroedvrouwen, jeugdtrauma’s en tegelijkertijd de tijdgeest die een hóóg tempo aanhoudt. We zíen de levensstandaard stijgen in 5 series. In serie 1 leefden mensen nog in krotten zonder private wc, bestonden gezinnen uit meer dan 10 personen en liepen vrouwen in soepjurken. In 1960 zien de vrouwen er gewoonweg WOW uit, mooie kapsels en kleding en krijgen de interieurs al een frissere look.

Is het belerend?
Nee, niet echt. Omdat de vroedvrouwen met veel ellende geconfronteerd worden, zijn zij de eerste voorstanders van de opkomende anticonceptiemiddelen zoals de pil. Ook ongehuwd zwangere vrouwen (en dat waren er veel toen) worden niet te snel veroordeeld en incidenteel mag zelfs een man aanwezig zijn bij de bevalling. De nonnen hebben met sommige zaken wat meer moeite, maar met andere helemaal niet zoals een samenleven tussen broer en zuster. Ieder geval wordt als op zichzelf staand gezien en voor ieder levensverhaal is begrip.

Wat is dan wel de boodschap?
Eentje die in elke aflevering terugkomt en dat is de kracht van de liefde. De liefde die in alle mogelijke verschijningsvormen kan bestaan en die altijd goed is. De liefde voor god wordt niet hoger geacht dan de liefde voor elkaar. Ja ik geef toe, soms is het wel erg zoet want elke aflevering wordt afgesloten met een liefdes-moraal. Maar dat is ook heerlijk geruststellend.

ctm2

Wat een mooie tijd!
Dat zou je denken he? Maar het is natuurlijk geromantiseerd. Vandaag de dag hebben we als vrouw véél meer keuzevrijheid en toegang tot betere medicijnen. Om maar wat te noemen. Maar het is de tijd waarin onze ouders opgroeiden, de moeders uit die serie zouden onze oma’s kunnen zijn. Een fascinerend idee. Want mijn oma zei altijd; vroeger hadden we niet veel maar niemand had veel, we waren tevreden met wat er was. De mensen kenden elkaar, we kwamen bij elkaar over de vloer.

Ik denk dat dat de grootste aantrekkingskracht van de serie is: het enorme gemeenschapsgevoel dat van het scherm spat.

Dat missen we vandaag de dag toch, ja toch? Een Facebook community is dan maar een mager afschijnsel. 

Soms slaat die gemeenschapszin om in bemoeizucht, dat is absoluut waar. Maar weinigen stonden er alleen voor en hele grote welvaartsverschillen waren er ook niet. Terwijl dat laatste anno nu veel problemen veroorzaakt.

Hoe helpt dit mij?
De serie draait om geboortes. Een onderdeel dat in mijn leven niet aanwezig is. Maar de serie gaat nog veel meer om gemeenschapszin. De serie laat zien dat wij daar allemaal onderdeel van zijn. Ook  kinderloze mensen. Het krijgen van kinderen was in die tijd zó doodgewoon terwijl we het nu zo  ophemelen. Het hielp mij om het weer te bezien als een normaal natuurlijk proces. En  dat iedereen evenveel meetelt, met of zonder kinderen. Zoals ik eerder heb gezegd, woon ik in een buurt vól kinderen. Door de serie voel ik me nu meer betrokken bij dit buurtschap dan hiervoor.

Maar…ik denk wel dat ik over een jaar weer een herhaling nodig heb ;-).

Wat je verliest als je geen kinderen krijgt

Vandaag staat er een groot artikel in Volkskrant Magazine waarvoor ik mijn Blendle tegoed maar weer eens opgewaardeerd heb. “Wat je verliest als je geen kinderen krijgt” door Maartje Luif. Het is in lange tijd het beste artikel over  dit onderwerp.

Ze start met de aloude vraag van de zin van het leven. Of dat nou wel of niet voortplanting is, wat ís het? Een vraag waar je als kinderloze moeilijker een antwoord op paraat hebt. Ze vult aan met dat het leven meer de moeite waard lijkt  met de volgende generatie in beeld. Mensen gaan zichzelf verbeteren.

Dan komt de vraag wat je met al je spullen moet als je ouder wordt. Dit begin ik me nu ook af te vragen. Aan wie kan ik dierbare spullen nalaten? Fotoboeken, sieraden met een verhaal, schrijfsels of je design meubelen die over 30 jaar vintage zijn. Vanaf welke leeftijd ga je bewust ‘ontspullen’?

Dan volgt een alinea over iets dat ik zelf persoonlijk helemaal niet mis. Deelnemen aan de schoolplein participatie, kinderen helpen met huiswerk, ze dingen leren zoals schaken of koken. Schoolpleinmoeders geven me de kriebels!

Het volgende thema raakt me. Dat is de aansluiting met je eigen generatie en in het bijzonder:  je vrienden. Een zin letterlijk uit haar verhaal: “Dat er een reeks babysitters aan te pas moet komen om het gesprek met mijn vrienden gaande te houden, heeft iets beklemmends.” Raak!

Tot slot concludeert de schrijfster dat een leven vol afleiding door kinderen meer om haarzelf lijkt te draaien. Dat is niet erg. Maar diezelfde wereld draait helaas nauwelijks om mensen zoals zij. Sinds zij zich niet verdubbelde, staat ze er alleen voor. Ai. Een pijnlijke gedachte! Ik weiger om er zo over te denken al herken ik die gedachte uit eenzame ogenblikken. Anderzijds, laten we het gezinsleven niet romantiseren. Het geeft betekenis aan een leven maar gezinnen kunnen ook donkere jungles zijn waar menig mens voor altijd gehavend uitkomt.

De teneur van het artikel is zwaarmoedig, maar wel heel realistisch. Voor kinderlozen zal het veel herkenning opleveren. Ik hoop vooral ook voor meer begrip voor deze groep mensen, waaronder ik ook mezelf reken.

Heb je geen Volkskrant Magazine bemachtigd maar wil je het artikel toch lezen via Blendle, hier de link.

Forever friends?

Nu ik ouder word, lees richting de 40 ga, kom ik achter een harde waarheid. Vriendschappen veranderen. Wat in je studententijd ondenkbaar leek, een altijd durende vriendschap die doodbloedt, kan in de daaropvolgende levensfase snel werkelijkheid worden. De oorzaken: reisafstand, andere interesses, drukke banen, verantwoordelijkheden en kinderen.

Mijn hele vriendenkring heeft kinderen. In de praktijk betekent dat veel kraambezoeken, kinderverjaardagen en vooral het schuiven met agenda’s. Ik pas mij het meest aan omdat ik flexibel ben. Maar na de zoveelste afspraak die verschoven wordt door zieke kinderen, oppasperikelen of vergeetachtigheid, bemerk ik een steeds grotere weerstand. Het klinkt pathetisch, maar ik wil gewoon niet meer op de laatste plaats in het rijtje komen. 

Vriendschappen vergen onderhoud en nee, het gaat niet vanzelf. Als vrienden baby’s krijgen is er nog niet zoveel aan de hand. Als het kind groter wordt, eist (en krijgt!) het steeds meer aandacht en bovendien: een eigen agenda. Nu begin ik te merken dat mijn sociale leven daaronder begint te lijden en zit er eigenlijk maar 1 ding op. Zonder bestaande vriendschappen helemaal op te geven, op zoek gaan naar mensen met meer tijd en minder verplichtingen.

Ga er maar aan staan! In deze individualistische prestatiemaatschappij kom ik maar weinig mensen tegen die echt open staan voor het opbouwen van een nieuwe vriendschap. Dat kost namelijk tijd en andere investeringen zoals oprechte aandacht en interesse. Het voordeel van oude vrienden is dat veel ongezegd hoeft te blijven; je kent de geschiedenis en voorkeuren van de ander.

Iemand zei eens tegen me: er zullen altijd nieuwe mensen in je leven komen met wie je een klik hebt, of wiens rol ineens verandert. Dat klopt ook wel merk ik. Wat je nodig hebt is een open houding, een niet al te hoog verwachtingspatroon en waarderen wat je wél hebt. En, ook al kost dat soms moeite, je niet teveel terugtrekken in jezelf maar wel beseffen dat je vooral 1 relatie heel goed moet onderhouden: die met jezelf.

keith-haring

Friends – Keith Haring

Feestdagen in familiesfeer

De feestdagen zijn net achter de rug. Ze hebben altijd iets dubbels, vind je niet? Gezellig, knus en warm omdat je ze vaak met familie of vrienden doorbrengt. Veel bijzonders hoef je niet te doen samen, doorgaans komt het aan op eten en praten. In dat samenzijn voel je je geborgen.  Maar het kunnen ook dagen zijn waarin je tot stilstand komt en je gedachten alle kanten op schieten. Bijvoorbeeld over de verregaande levensvraag over wel of geen kinderen.

Ik heb gemerkt dat juist het samenzijn met familie deze gedachten bij mij triggeren. Bij kinderloze vrienden of op mijn werk heb ik daar totaal geen last van. Omdat je nergens meer jezelf kunt zijn dan bij familie, is het fijn om naaste familieleden te hebben. Zij zullen je altijd accepteren zoals je bent. Daar kun je het je nog eens veroorloven om met een ruzie te vertrekken die niet tot op de bodem toe geanalyseerd en doorgesproken hoeft te worden voordat het weer goed is. Je weet welke knoppen je wel en niet meer indrukt en hoe je het gezellig houdt.

Confronterend vind ik daarom de gedachte dat ik, heel plastisch gezegd, geen familieleden bij creëer.

Nu grootouders steeds meer het aardse leven verlaten worden mijn eigen ouders de oudere generatie. En ben ik hard op weg naar de middelbare leeftijd, of de zogenaamde ‘tussengeneratie’ die zowel aan de bovenkant als aan de onderkant zorgt. Hierover heb ik al eerder geschreven. Bij mij komen er geen naaste familieleden bij, er zullen er in de toekomst alleen maar minder van zijn. Terwijl ik me juist in die familierelaties geborgen voel! Jeetje, een best heftige en verdrietige gedachte die zo rond de feestdagen de kop op steekt.

levi-van-veluw-family

Levi van Veluw – family

Kunnen vrienden dit gevoel vervangen? Voor sommige mensen vast wel. Voor mij niet, daarvoor is iedereen iets teveel bezig met het eigen leven. Geen verwijt, ik doe daar net zo hard aan mee.

Nu moeten we familie ook weer niet idealiseren. Er zijn mensen voor wie familieleden een bron van ellende en teleurstelling zijn.Extra schrijnend als het je naasten betreft. Want echte afstand zal er nooit zijn terwijl je van vriendschappen makkelijker afscheid kunt nemen. Verder moet ik ook altijd lachen om het spreekwoord ‘familie en verse vis blijven maar 3 dagen fris’. Iedereen die op latere leeftijd een vakantie heeft doorgebracht met naaste familie, kan dit beamen. En er is niemand die je zo kan kwetsen als je broer, zus, vader of moeder. Dat zal iedereen wel herkennen.

Desalniettemin is het een grote schat als de band wel goed is, met of zonder jaarlijkse vakanties. En daarom slaat zo tijdens de knusse feestdagen wel eens een paniekerig gevoel toe als je weet dat er geen nieuwe aanwas komt.

Hoe gaan anderen om met dit gevoel? Hoe ga je, als je kinderloos of kindvrij bent, om met het toekomstbeeld dat je familielijn na jou ophoudt? Is dat erg of niet, en waar en hoe vind je berusting?

Tussengeneraties

Het verglijden der tijd. De gewoonste zaak van de wereld. Toch denk ik er steeds meer over na. Als dertiger met de 40 in zicht, voel ik me overal tussenin staan. Zo worden onze neefjes en nichtjes pubers en het is heel duidelijk: zíj weten tegenwoordig wat cool is, wij niet. De wereld ligt nog helemaal aan hun voeten terwijl we zelf veel illusies armer zijn. Het is aandoenlijk hoe ze niet door hebben hoe jong ze zijn. 

Aan de andere kant van het spectrum staan je ouders, ooms, tantes en misschien oma’s en opa’s. Het confronterende is dat die van alles gaan mankeren. Als je geluk hebt, zijn je ouders nog vitaal en gezond maar ook zij ontkomen er niet aan dat er veel in hun omgeving verandert. Waarbij ze steeds voor een ander klaar blijven staan. Hun eigen ouders, (klein)kinderen, hulpbehoevende broers of zussen. Het monster dat ‘ziekte’ heet slaat de tentakels willekeurig uit en treft maar al te gemakkelijk een naaste.

Zo bezien zijn er flinke perioden in een mensenleven waar je tussen generaties instaat en moet zorgen. Bij kleine kinderen maar ook later, als je kleinkinderen en hulpbehoevende ouders hebt. Dit alles is een natuurlijk proces.

Maar wat nu als in dit natuurlijk proces componenten ontbreken, zoals het hebben van (klein)kinderen? Hoe voelt dan het verglijden van de tijd? Hoe voelt het om de ‘tussengeneratie’ te zijn? Wetende dat het na jou ophoudt met de familielijn? Dat vind ik soms een aangrijpend gevoel. Nadenken over mijn oude dag en de zorg die ik nodig zou kunnen hebben, wil ik niet. Durf ik niet. Kinderen lopen de verzorgingshuizen misschien niet plat, maar als er zich nog iemand om je bekommert, zijn dat vaak wel de eigen kinderen.

Maar zoals wij allen weten, is aan kinderen beginnen voor de oudedagvoorziening geen goed idee. Vrienden dan. Vrienden zijn de moderne familie. Vrienden vervángen soms familie. Vriendschappen opgedaan in de adolescente jaren zijn solide en een vast gegeven. Een leven zonder je vrienden kun je je niet voorstellen. Ja. Totdat zij kinderen krijgen. Dan ineens sterken hun eigen familiebanden aan en hoor je vrienden opscheppen over hoe goed de band is tussen grootouders en kleinkinderen. Een beetje beduusd leg je de link. Oja, díe opa, waar je vriendin eigenlijk jarenlang boos op was. In the end and after all, en mijn moeder zei het altijd al en tot mijn ergernis moet ik haar gelijk geven: vrienden komen en vrienden gaan, maar je familie blijft altijd bestaan. 

Wederom confronterend als je op jongere leeftijd in de tussengeneratie hangt maar er niemand onder jou komt om voor te zorgen. Wat ik zelf doe in deze tussengeneratie op mijn thirty something leeftijd? Heel veel naar anderen toe gaan zodat zij geen oppas hoeven regelen, bezoekjes aan familieleden afleggen en proberen het de (schoon)ouders naar de zin te maken zolang dat nog kan. Dus ik ben ook aan het zorgen. Op mijn manier.

img-20161009-wa0005

Couple under an umbrella, museum Voorlinden

De norm en daarvan (durven) afwijken

We leven in interessante tijden. Ik denk dat het in de komende jaren steeds makkelijker wordt om van de norm af te wijken. Twintigers kunnen steeds meer het leven en de woonstijl kiezen die bij ze past (mits de middelen dat toelaten). Een interessante ontwikkeling die dit laat zien, is de tiny house beweging.

Enerzijds lijkt me dat heerlijk. Klein wonen, weinig spullen en amper woonlasten. Wat een vrijheid! Hoe minder bezit, hoe minder verantwoordelijkheid. Wil je ruimte, zoek je die op in de bossen en parken: ons gezamenlijk bezit. Ik volg de tiny house beweging met veel aandacht en vooralsnog is het voorspelbaar wie klein gaan wonen: twintigers, idealisten en vrije geesten.

Anderzijds. Ben ik een dertiger en opgevoed door ouders uit de na-oorlogse babyboom generatie. Eén ding was voor die generatie heel belangrijk: zekerheid. Door een baan, een eigen huis of genoeg bezittingen om een ‘goed’ leven te kunnen leiden. Veel leeftijdgenoten hebben die levenshouding overgenomen en niet zelden zie ik vrienden al in het derde stulpje trekken. Van groot, naar groter, naar grootst. Mét een lap tuin erbij waar je U tegen zegt. En niet eens altijd met tophypotheken want vaak spekken de babyboom ouders. Die levenshouding gaat vast over op hun eigen kinderen en zo ontstaat een van de vele normen die onze samenleving overeind houdt.

Om daarnaast nog de verplichte twee of meer vakanties per jaar te kunnen betalen, werkt iedereen hard en veel. Leven is streven naar groots wonen, pittige jobs, kinderen, zomer- en wintersport en een hippe garderobe. Dat wordt dan aangeduid met uitdrukkingen als ‘vooruit komen’, ‘aan de weg timmeren’, ‘iets opbouwen’.

Natuurlijk zijn er al heel lang mensen die daar vanaf wijken, maar nu zie je voor het eerst op grotere schaal dat meer mensen kiezen voor kwaliteit van leven door zaken die niet materieel zijn. En dat is fijn! Want die ‘normen’ zijn maar een strak korset.

Wat bijvoorbeeld in mijn kringen ondenkbaar is, is niet full-time werken als kinderloze vrouw. Maar als je van het geld van 3 dagen werken ook goed kunt leven, waarom dan persé 5 dagen werken en altijd moe zijn? Met 2 dagen minder houd je tijd over voor dingen zoals: meer sporten, minder kant-en-klaar eten, je huis beter opruimen en weer eens inzicht krijgen in je bergen spullen, kleding op marktplaats zetten, je hond vaker uitlaten, foto’s inplakken, en vooral heel belangrijk: je sociale relaties onderhouden. Less is more. Maar dat afwijken van de norm is voor een dertiger iets heel raars merk ik. Terwijl minder werken niet gaat over luiheid, maar wel over een andere manier van leven kiezen.

Ik hoop dat de twintigers hun lekker vrije levenshouding kunnen vasthouden en zich niet laten fnuiken door banenstress, hypotheken puzzels en de valkuil die ‘ratrace’ heet. Ik hoop dat zij de gevestigde normen blijven uitdagen. Want van mijn generatie moeten we het echt niet hebben. 

wp_20160911_13_18_31_pro

De Denker van Rodin denkt er het zijne van…